• 22 oktober 2021 07:47

Ultratrimmer

Hardlopen, wandelen en soms een bergtocht

Aosta Wallis

aug 29, 2010
Plaats:   Bionaz (Italië)
Datum:   Zondag 29 augustus t/m
zondag 5 september 2010
Deelnemers:   Eltjo, Helena, Roel, Erik, Adrie
Foto’s:   Hier.

Eltjo heeft weer eens een tocht met een aantal collega’s opgezet. Hij vraagt of ik mee ga, mede om wat gletsjerervaring in de groep te hebben. Hij hoopt dat het voor mij niet te saai is, want het is een niet te zware tocht met een aantal voor mij bekende punten. Ik heb echter een slecht geheugen voor bergen en hutten waar ik geweest ben en mijn fysieke conditie is ook behoorlijk verslechterd sinds ik gestopt ben met hardlopen, dus een zware tocht zou ik waarschijnlijk niet eens aankunnen, nog afgezien van de beperkte belastbaarheid van mijn knieën. Kortom, hier ben ik wel voor te porren.

Zondag
Gisteravond in een paar uur op routine en met de paklijst van Eltjo alles bijelkaar gezocht. Hopelijk niets essentieels vergeten.
Om 7:15 u wordt ik opgehaald door de rest. Tot mijn verbazing past alle bagage in de Prius van Roel, dus de dakkoffer kan in mijn garage geparkeerd worden. Roel en Erik rijden om de beurt, zonder noemenswaardige problemen arriveren we ’s avonds in Bionaz. Alleen een paar overstekende koeien na de St Bernardpas zorgen voor wat oponthoud.

Maandag
We rijden eerst naar de parkeerplaats bij de stuwdam van het Lac Place Moulin, vawaar we echt aan de tocht beginnen. Ik moet eerst nog de veters in mijn schoenen doen, zo goed heb ik me voorbereid.
Meteen moet de regenkleding aan want het is een beetje nat. Desondanks hebben een we een prachtig uitzicht op het stuwmeer. Als we hoger komen gaat de regen over in sneeuw en begint het steeds harder te waaien. De stevige klim naar Rifugio Nacamuli wordt er daardoor niet makkelijker op. We arriveren vroeg in de hut en omdat het geen weer is om naar buiten te gaan, brengen we de rest van de middag door met pesten.
De hele nacht blijven we het gebulder van de wind rond de hut horen, dat belooft wat voor morgen.

Dinsdag
Het is koud en het waait nog onverminderd hard, maar het sneeuwt niet meer. Na het passeren van Col Collon gaat de wind liggen en laat de zon zich weer zien, waardoor het een stuk aangenamer wordt.
Om de Arolla gletsjer over te steken moeten we de klimgordel en stijgijzers aan. Altijd weer een gehannes, vooral de eerste keer tijdens een tocht. Hoe gingen die stijgijzers ook al weer vast? In mijn herinnering was het heel eenvoudig, maar ik zie het pas na een tip van Erik. Aan het eind van de gletsjer klimmen we het dal uit naar Plans de Bertol. Het is daar een drukte van belang en al die mensen gaan net als wij naar de Bertol hut, die nog ongeveer 600 meter hoger ligt. Het is een lange klim, maar in een laag tempo kan ik het goed volhouden. De laatste 200 meter klimmen we via een hele reeks trappen en kettingen.
Eenmaal boven begin ik me echt moe te voelen en als ik na het eten ga liggen wordt ik misselijk, dus ga ik er maar weer uit. Na een paar paracetamols wordt het iets beter, maar ik slaap ’s nachts erg slecht. Deze “niet al te zware” toer is voor mij op dit moment zwaar genoeg.

Woensdag
Vandaag staat ons een lange etappe te wachten, of eigenlijk twee etappes: eerst helemaal afdalen naar Arolla en vandaar naar Cabane de Dix. Ik voel me nog steeds waardeloos en krijg met veel moeite twee stukjes brood met jam naar binnen. Ik vraag me af hoe ik hier weer vandaan kom en wat de oorzaak is van deze malaise: de hoogte, gebrek aan conditie, te weinig eten onderweg of een combinatie? Echter op het moment dat ik weer aan de eerste ladder hang – en er niet afval – weet ik dat ik de rest van de dag ook wel zal doorkomen. Het afdalen gaat bij mij niet zo snel, ook omdat ik mijn knieën moet ontzien, zodat ik samen met Eltjo iets later dan de rest in Arolla arriveer. Inmiddels voel ik me weer prima en na een stevige lunch zal het stukje naar Pas de Chevres en vervolgens naar Cabane de Dix geen probleem meer zijn. Vroeger kon ik 80 kilometer hardlopen – waarvan 30 over het strand – op alleen water en met nog een sprint aan het einde. Tijden veranderen.

Vanaf Pas de Chevres moeten we weer een stukje via een ladder naar beneden, maar dat blijkt het gemakkelijkste deel te zijn van de afdaling naar de gletsjer. Na een laatste stevige klim bereiken we tegen 19:00 uur de hut, net op tijd voor het eten. Het was een lange dag, maar ik voel me weer helemaal fit en met de hoogte van bijna 3000 meter waar we nu zitten, heb ik ook geen problemen meer.

Roel trotseert het koude water van de douche met panoramisch uitzicht.

Donderdag
We moeten vandaag drie cols over, daarom doen we bij de hut alvast de klimgordel en stijgijzers aan. Ik doe mijn jas boven de gordel, zodat ik hem gemakkelijk kan uittrekken als we in de zon komen te lopen. De gletsjer naar Col Cheilion is vrij steil, maar daarna lopen we vrijwel vlak naar Col Mont Rouge. Op deze tweede col vraag ik me af hoe we hier naar beneden moeten komen, zo steil is het. Maar Erik en Eltjo vinden een pad dat met de nodige voorzichtigheid goed begaanbaar is. Col Lire Rose levert geen problemen op, het is alleen nog verder afdalen, waarbij we ineens een groepje steenbokken tegenkomen. Meestal maken ze zich heel snel uit de voeten, maar deze laten zich eerst rusig door Helena fotograferen voor ze er vandoor gaan. Bijna bij de hut passeren we nog een vierde col, Col de Tsofeiret, waar nog iemand met een mountain bike op zijn nek naar boven komt sprinten.

We zijn vroeg bij Cabane de Chanrion, waar een meertje met heel veel visjes naast ligt. ’s Nachts voel ik me zelf ook een vis, omdat we hier als haringen in een ton liggen, waardoor ik bijzonder slecht slaap.

Vrijdag
Vandaag is het voornamelijk afdalen, maar we moeten nog wel even de Col de Crête Sêche over. Daar komen weer kettingen bij te pas, die overigens geen grote problemen opleveren. We hebben vanaf de col uitzicht op Mont Gelé, die voor morgen op het programma stond. Voor mij was dat het toefje slagroom op de taart – niets mooier dan op een berg ’s morgens de zon te zien opkomen – maar wegens gebrek aan belangstelling gaat de beklimming niet door. Om de gletsjer veilig over te steken zijn minimaal drie mensen nodig en dat aantal wordt helaas niet gehaald.

Tijdens de afdaling naar de hut bezichtigen we nog een bivacco, een noodonderkomen voor gestrande bergbeklimmers. We zijn vroeg bij de Rifugio de Crête Sêche en Eltjo en Erik willen in de buurt nog even een stukje klimmen. Ik ga mee om foto’s te nemen, maar Eltjo haalt me over om het ook eens te proberen. Klauteren is best leuk, maar hier is het voor iemand met mijn ervaring iets te moeilijk denk ik, in elk geval kom ik niet zo ver.

Zaterdag
We dalen weer af naar La Batise in Bionaz, waarna Roel en Helena naar de stuwdam liften om de auto op te halen. De middag brengen we door in Aosta, wat een heel leuk stadje is, vooral al je er nog nooit geweest bent. Orkestjes en straattheater maken het vandaag ook gezellig. Langs en door winkeltjes slenteren houd ik maar een beperkte tijd vol, maar gelukkig is het ook prima terrasweer. We hebben trouwens na maandag de hele rest van de week ontzettend mooi weer gehad.

Zondag
Op de terugweg rijden we door de St Bernardtunnel in plaats van over het pas zoals op de heenweg. Voor de hele reistijd blijkt het weinig uit te maken. Rond 20:00 uur wordt ik weer thuis afgeleverd. Ik ben wel blij dat ik morgen niet hoef te werken, zoals sommige anderen van onze groep.