• 22 oktober 2021 07:59

Ultratrimmer

Hardlopen, wandelen en soms een bergtocht

Dodentocht

aug 13, 2010

Plaats:   Bornem, België
Datum:   vrijdag 13 augustus en zaterdag 14 augustus 2010
Tijd:   Maixmaal 24 uur
Deelnemers:   Ongeveer 10.000
Websites:   Homepage
Resultaten


Mijn knieproblemen verhinderden mijn deelname aan alle loopevenmenten waaraan ik de afgelopen jaren vrijwel jaarlijks deelnam. Ook het wandelen van lange afstanden ging niet meer zonder pijn en daarom had ik begin dit jaar in gedachten ook al afscheid genomen van de Dodentocht.

De laatste tijd kon ik de afstanden gelukkig weer wat opschroeven, tot boven de 50 km, zonder blijvende negatieve gevolgen. Na afloop van zo’n tocht voel ik wel weer wat meer bij het gaan zitten, opstaan of traplopen, maar de volgende dag is alles weer normaal. Aldus heb ik besloten het er toch maar op te wagen.

Al voor het begin van mijn ultraloop-hobby wandelde ik hier al, dan deed ik de verdaagsen van Apeldoorn en Nijmegen en na die acht keer 50 km binnen twee weken was 100 km in één keer nooit een probleem. Gaandeweg ging ik steeds meer harlopen, waardoor er weinig meer van wandelen kwam. Gelukkig kun je de Dodentocht ook hardlopend doen, dus bleef ik hier naar toe gaan. Messtal was dit dan mijn laatste training voor de RUN in Winschoten, een maand later.

Deze keer is het een beetje anders. Ik heb wel wat geoefend met wandelen, maar niet genoeg om me helemaal zeker van mezelf te voelen.
Uit gewoonte zet ik nog steeds mijn tentje op de gelegenheidscamping bij het klooster. Vroeger, toen ik hier atlijd met de motor kwam, vond ik het niet verantwoord om direct na het wandelen weer naar huis te rijden, maar nu met de auto durf ik dat wel aan. In elk geval heb ik een parkeerplaats niet al te ver van de start en kan ik mijn eigen eenvoudige doch vegetarische maaltijd koken.

De start is hier de enige zure appel waar je even doorheen moet bijten. Kom je kort voor 21:00 uur, de officiële starttijd, dan kom je pas na een kwartier als een van de laatsten van de ongeveer 10.000 deelnemers door de start. Dat is nog geen probleem, maar het duurt vervolgens een paar uur vóór je alle langezamere wandelaars heb ingehaald en je eindelijk je eigen tempo kunt lopen. Je kunt dit vermijden door vooraan te gaan staan, maar dan moet je er drie a vier uur van te voren naar toe. Ik kies voor een middenweg: anderhalf tot twee uur voor de start ga ik naar het startvak, zoek een plekje waar ik kan zitten met steun in de rug en zorg dat ik wat te lezen heb om de tijd door te komen.

Ondanks de mensenmassa zie ik toch nog regelmatig een bekend gezicht. ’s Middags na het ophalen van mijn startbewijs heb ik nog aan de koffie gezeten met Günther Meinhold, die dit jaar alweer een eindeloze lijst van ultra-wedstrijden heeft afgewerkt. Onderweg wordt ik nog ingehaald door Ghislain Dops, alleen kan ik niet zo snel op zijn naam komen. Het verbaast me dat hij me van achteren herekend, maar in een ander verslag heb ik gelezen dat hij kennelijk in het donker net zo goed ziet als overdag.

Als we na het eerste kleine rondje weer door Bornem komen, wordt ik gepasseerd door loper met een herkenbare loopstijl. Eh … oh ja, Tom heet ie, maar op dat moment is hij alweer buiten bereik. De volgende morgen, in St. Amands met nog ongeveer 10 km te gaan, lijkt dezelfde loper me nogmaals in te halen, alleen is hij ondertussen iets gegroeid. Dat zal zijn zoon Joey dan wel geweest zijn, die kan dus nog niet dat liedje van Peter Koelewijn over zijn Papa gaan zingen.

Na de Palm brouwerij zie ik ineens Joop Keetman voor me lopen, die ik nog ken uit mijn PTT-tijd. Vorig jaar zijn we elkaar misgelopen, dus moeten twee jaar bijpraten. Inmiddels zijn we op de helft en is er 7,5 uur verstreken. Als ik hefzelfde gemiddelde blijf lopen, ben ik net als vroeger na 15 uur bij de finish, dan is het zaterdagmiddag 12 uur. Maar ik schat in, dat ik in de tweede helft wel wat vaker even moet gaan zitten.

Het weer is wel het meest ideale wat ik hier ooit heb meegemaakt. Heel vaak was het ’s nachts ontzettend benauwd en overdag gewoon bloedheet. Ook heb ik een keer in de eerste helft onafgebroken regen meegemaakt, wat bij mij resulteerde in een gigantische blaar onder iedere hak. Ik was toen niet veel langer onderweg dan anders, maar had ’s avonds wel de paracetamol nodig om in slaap te komen.

Het parcours is in mijn beleving door de jaren heen iets gemakkelijker geworden. Vroeger had je voor mijn gevoel heel wat meer ongelukkige boerepaadjes, waar in het donker de kuilen en de blubber moeilijk te zien waren. Ook zit het Buggenhoutse bos nu later in het pacours, waardoor het er niet meer zo aardedonker is. Ik ben daar ook eens door gekomen zonder dat ik een andere loper voor me zag. Toen moest ik met mijn lampje alle kanten op schijnen om een oplichtend pijltje te ontwaren dat de juiste richting aangaf.

Zoals verwacht gaat het tempo na 60 km iets omlaag, maar gelukkig wordt het na ongeveer 70 km alweer licht en na 80 km weet ik zelfs het tempo weer flink op te schroeven. Eén kilometer voor de finish komt Patrick Kloek ineens naast me lopen. Hij heeft als training de 50 km gedaan en gaat er nog even 25 achteraan doen. Even na 12 uur kom ik over de finish, dus toch weer “gewoon” in 15 uur, dat valt me enorm mee. Zoals gewoonlijk wordt ik weer beloond met een hele ananas, een flesje Bornems bier en een diploma. Gelukkig krijgen we er deze keer een plastic zakje bij, misschien was toch niet de enige die altijd handen te kort kwam bij de finish.

Verder krijg je dan natuurlijk nog de onvermijdelijke medaille, in mijn geval de dertiende. Nee, ik ben niet bijgelovig, anders was ik er natuurlijk nooit aan begonnen op vrijdag de 13e.